Brand

Specifiek voor niet-eengezinswoningen (bijvoorbeeld appartementsbouw, scholen, kantoren, …) gelden wettelijk verplichte basisvereisten inzake brandveiligheid. Het doel van deze eisen is een voldoende brandveilig gebouwenpark. Voor bouwproducten en constructies gelden eisen voor brandreactie en brandweerstand.

In 2012 werden de eisen omgezet van Belgische normen naar Europese normen voor de bepaling van brandreactie en brandweerstand, in het kader van de Europese harmonisatie. Vanaf 01/12/2016 is classificatie volgens de Europese normering verplicht.

Wat valt niet onder de brandwetgeving?
  • Eengezinswoningen moeten niet voldoen aan deze basisnormen. Er worden echter wel eisen gesteld aan de gemene muur tussen woningen (EI60, bij nieuwbouw halfopen of gesloten bebouwing) om brandvoortplanting te vermijden.
  • Lage gebouwen met max. 2 bouwlagen en een oppervlakte ≤ 100m²
  • Bestaande gebouwen: lage gebouwen met bouwaanvraag voor 1 januari 1998, middelhoge en hoge gebouwen met bouwaanvraag voor 26 mei 1995.
  • Renovaties op gebouwen uit bovenstaande categorie, zonder uitbreiding, hoeven niet te voldoen aan de basisnormen. Bij het goedkeuren van de bijhorende bouwaanvraag kan de brandweer echter bijkomende waarden stellen.
Wat is brandveiligheid? 
Binnen de Europese normering van bouwproducten en constructies wordt onderscheid gemaakt tussen 2 begrippen: Brandreactie en Brandweerstand. Beide begrippen omvatten een prestatieniveau en maken deel uit van de passieve beveiliging van het gebouw.
 
Brandreactie
De brandreactie van een product of materiaal doet een uitspraak over het gedrag bij het ontstaan en het ontwikkelen van een lokale brand tot aan de vlamoverslag of het uitbreken van een globale brand. Een goede brandreactie zal het verspreiden van de brand tegengaan en evacuatie mogelijk maken. De brandreactie van een product wordt bepaald op basis van 3 criteria:

  • Brandbaarheid (de hoofklasse, aangeduid met een lettercode van A1-F)
  • Rookontwikkeling (de S-klasse, S1-S3)
  • Brandende druppelvorming (de D-klasse, D0-D2)
 A1       Materialen die niet bijdragen tot de brand 
Noch vóór nach na vlamoverslag
A2 Materialen die niet beduidend bijdragen tot de brand
(Noch vóór noch na vlamoverslag)
B Materialen die niet bijdragen tot de brand vóór de vlamoverslag
maar wel erna
C Materialen die kunnen bijdragen tot de brand vóór de vlamoverslag na meer dan 10 minuten bij een lokale brand
D Materialen die kunnen bijdragen tot de brand vóór de vlamoverslag in de periode tussen 2 en 10 minuten bij een lokale brand
E Materialen die kunnen bijdragen tot de brand vóór de vlamoverslag in de eerste 2 minuten bij een lokale brand
F Materialen die werden beproefd, maar niet voldoen aan klasse E
NPD Geen prestaties opgegeven

 

Hoofdklasse Omschrijving
A1 Onbrandbare producten
A2
B Brandbare producten
C
D
E
F
Klasse Omschrijving
S1 Beperkte rookontwikkeling
S2
S3 Onbeperkte rookontwikkeling

Klasse Omschrijving
D0 Geen druppelvorming
D1
D2 Onbeperkte druppelvorming
Brandweerstand
De brandweerstand van een constructieonderdeel doet een uitspraak over het gedrag tijdens een volontwikkelde brand. Een goede brandweerstand zal de brand beperken tot het betrokken compartiment, alsook voldoende veilige omstandigheden garanderen voor het blussen en onder controle houden van de brand (vermijden van instorting tijdens het blussen). De brandweerstand van een constructie of constructie-element, uitgedrukt in een lettercode en een getal, doet een uitspraak over de functie van het element (Scheidend of niet-scheidend/ Dragend of niet-dragend) en over de duur van de brandweerstand. De Europese classificatie evalueert op 3 deelaspecten:

  • Draagvermogen  Criterium R (voor dragende constructies)
  • Vlamdichtheid  Criterium E (voor scheidende constructies/compartimentering)
  • Isolerend vermogen  Criterium I (voor scheidende constructies/compartimentering)
REI30 = 30 minuten brandweerstand
REI60 = 60 minuten brandweerstand 
 
Eisen volgens het KB brand
Gebouwen worden gecategoriseerd i.f.v de hoogte ‘h’ van het hoogst functionele vloerniveau ten opzichte van het laagste toegangspeil van de brandweer. De hoogste bouwlaag met uitsluitend technische lokalen wordt hierin niet meegerekend. Men onderscheidt 3 hoogte-categorieën:
  • De lage gebouwen (LG): hoogte h < 10m
  • De middelhoge gebouwen (MG): 25 m ≥ hoogte h ≥ 10 m
  • De hoge gebouwen (HG): hoogte h > 25 m
Eisen voor lage gebouwen in het KB Brand
Daken hebben R 30, tenzij beschermd met een afwerking EI30. Vereiste brandreactieklasse is afhankelijk van het toepassingsdomein van de ruimte onder het dak. Ontdek onze Ecoon-dakelementen voor toepassingen met brandweerstandseisen.

 

Eisen voor middelhoge gebouwen in het KB Brand 
Eisen voor middelhoge gebouwen in het KB Brand Daken hebben R 60, tenzij beschermd met een afwerking EI 60. Dakvensters zijn toegestaan indien aan de voorwaarden voor compartimentering wordt voldaan. (minimale afstand tot compartimentsgrens + EI60 voor dak). Vereiste brandreactieklasse is afhankelijk van het toepassingsdomein van de ruimte onder het dak. Ontdek onze Ecoon-dakelementen voor toepassingen met brandweerstandseisen.
 
Brandeisen in gevels
Voor gevels zijn vandaag nog de eisen van het KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand (en zijn wijzigingen, meer specifiek het KB van 12 juli 2012) van toepassing. Deze eisen gelden voor alle nieuwe gebouwen, met uitzondering van ééngezinswoningen.

1) Brandvoortplanting via de oppervlakte van de gevel: Hiertoe zijn er eisen inzake brandreactie van de gevelbekleding. Opgelet, het gaat hier om eisen op de bouwproducten (i.e. de gevelbekleding) maar stééds in hun eindtoepassing (zgn. end use conditions), dus met inbegrip van de onderliggende lagen en bevestigingen. 

  • Industrieel gebouw: geen eis
  • Laag gebouw (h < 10 m): D-s3,d1
  • Middelhoge en hoge gebouwen: B-s3, d1
2) Brandvoortplanting van een verdieping naar de andere: Brandvoortplanting via de gevels moet beperkt blijven, zowel voor de brandvoortplanting langs de binnenzijde als langs de buitenzijde. Hiertoe zijn er eisen inzake brandweerstand van de aansluiting tussen vloer en gevel en van het gevelelement ter hoogte van de vloer.   

Brandvoortplanting

 

Langs de binnenzijde moet de aansluiting tussen de compartimentsvloer en de gevel daarom minimaal een brandweerstand EI 60 hebben. Langs de buitenzijde zijn er bij lage gebouwen (h < 10 m) geen eisen, tenzij bij specifieke gebouwen bijv. scholen. Bij middelhoge en hoge gebouwen zijn er verschillende mogelijkheden in het KB; het voorzien van een gevelelement E 60 van minstens 1 m is het meest voorkomende.

 

3) Inwendige brandvoortplanting, in bijv. de spouw: Hiertoe zijn er in het huidige KB geen reglementaire eisen of eenduidige richtlijnen, en wordt in de praktijk voortgegaan op adviezen van de brandweer via preventieverslagen bij de bouwvergunning. 

 

Momenteel buigt een werkgroep onder leiding van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken zich over een verdere verbetering van de normen voor gevelbekleding. De herziening zal een onderscheid maken tussen middelhoge en hoge gebouwen van 10 tot 36 m, en gebouwen hoger dan 36 m. De meeste brandweerkorpsen in ons land hebben immers ladderwagens van 33 m, waardoor ze bij gebouwen hoger dan 36 m moeilijker een brand kunnen beheersen. Voor geventileerde gevels zullen dan volgende eisen gelden:

  • Bij middelhoge en hoge gebouwen tussen 10 en 36 m is (zoals vandaag) een brandreactieklasse B-s3,d1 vereist. Daarnaast moeten minstens om de 2 bouwlagen doorlopende brandstoppen worden aangebracht.
  • Bij hoge gebouwen van meer dan 36 m zijn onbrandbare materialen nodig. PIR isolatieplaten kunnen nog worden toegepast, nadat de veiligheid van het systeem via een grootschalige proef is aangetoond. Dit is in de praktijk steeds met onbrandbare gevelbekleding en een onbrandbaar bevestigingssysteem, en brandstoppen. Contacteer UNILIN voor meer informatie.
UNILIN adviseert deze regels vandaag al toe te passen, niet alleen bij de in het KB voorziene nieuwbouw, maar ook bij renovatie van gevels.
 
Performante brandwerende all-in-one dakoplossingen met Ecoon-dakelementen
Het Ecoon REI gamma omvat verschillende systeemoplossingen op maat van uw project. Naast het technisch eisenpakket met brandweerstandsniveaus, verschillende brandreactieklassen, thermische prestatieniveaus, constructieve eigenschappen en geluidsisolatie, zijn er verschillende decoratieve mogelijkheden.  De Ecoon brandwerende dakelementen zijn volledig REI gecertificeerd in 2 brandweerstandsniveaus: REI30 (30 minuten weerstand) en REI60 (60 minuten weerstand). De dakelementen behouden dus hun constructieve eigenschappen (R), ook in geval van brand. Bovendien zijn ze een volwaardig scheidende constructie: vlamdicht (E) en thermisch isolerend (I). De unieke PIR schuimkern draagt actief bij tot de bescherming van de dragende constructie en behoudt langdurig zijn thermische eigenschappen. 

UNILIN helpt jou graag verder met je isolatieproject

EXPERT LAB

Word een krak in het plaatsen van dakelementen. Bekijk onze opleidingsdata en schrijf u in.